schoondochter


schoondochter 1.0

vrouw die de echtgenote is van de zoon van iemand; in het geval van een gelijkslachtig huwelijk: vrouw die de echtgenote is van de dochter van iemand

Semagram


Een schoondochter…

is een vrouw; is een persoon

  • [Betrekking of relatie] is de echtgenote van de zoon van iemand; is in het geval van een gelijkslachtig huwelijk de echtgenote van de dochter van iemand

    Algemene voorbeelden


    Hun ouderlijk huis had geen hart gehad en dat kwam door Gof met zijn potsierlijke snor, zijn smerige smakzoenen en zijn groezelige handen. Die had zich de weelde van een vrijbuitende schoondochter niet moeten laten aanleunen.

    Kriblijn, Barber van de Pol,

    Aanvankelijk had de oude heer zich getroost met de gedachte dat een schoondochter de jonge anarchist wel tot rede zou brengen.

    Martha, Lut Ureel,

    Samen met een aantal feestgangers volgden we haar naar het huis van haar schoonouders. Het zag er groot en nieuw uit, en het was duidelijk dat er niet op geld gespaard was om haar een mooi welkomstfeest te geven. Iets wat ze later natuurlijk zal moeten terugbetalen door haar schoonfamilie te dienen en te helpen bij het huishouden met alles wat erbij komt kijken. Van een goede schoondochter mag men verwachten dat ze dit alles ter harte neemt. En altijd gehoorzaamt en ja knikt.

    De Standaard,

    Combinatiemogelijkheden


    met adjectief ervoor


    • aanstaande schoondochter
    • geschikte schoondochter
    • ideale schoondochter
    • toekomstige schoondochter

    Koningin Beatrix prees eerder op de avond al de moed van haar aanstaande schoondochter en zei daarmee geen woord te veel.

    De Limburger,

    Niet alleen laat de kennis van de jongeman omtrent amoureuze zaken te wensen over, ook het vinden van een geschikte schoondochter is geen eenvoudige klus.

    Meppeler Courant,

    Geen spikes, geen jarretels, geen hoerige hoofden met metallic lipgloss, geen achtergronden van pluche en eikenhout, maar lieve, zachtaardige meisjes, ideale schoondochters die met hun blote voetjes in het zand aan bloemetjes zaten te ruiken.

    Nette mensen in een nieuwe tijd, Hans van der Kamp,

    Mijn toekomstige schoondochter onderwijst me.

    Verborgen schade, Aster Berkhof,

    met voorzetselgroep


    • de schoondochter van Richard Wagner

    Adolf Hitler zou trouwplannen hebben gehad met Winnifred, de schoondochter van Richard Wagner.

    De Standaard,

    met bezittelijk voornaamwoord


    • haar schoondochter
    • hun schoondochter
    • onze schoondochter
    • zijn schoondochter

    In plaats daarvan ontvingen Beatrix en Claus de ouders van hun schoondochter op Huis ten Bosch.

    http://utopia.knoware.nl/users/propriac/archief/010217.html,

    Nadat de Britse koningin haar schoondochter Sarah Ferguson vorige week verbood nog langer gratis gebruik te maken van de koninklijke post, mag de hertogin van York, Fergie voor de vrienden, ook niet langer met de Koninklijke Trein reizen.

    De Standaard,

    Hij had in de hal op de tocht zitten wachten op zijn schoondochter, die zijn kamer zou zuigen, zijn ramen zou lappen, en het van huis meegebrachte voedsel zou opwarmen op het elektrische stel dat verder ongebruikt bleef.

    Kriblijn, Barber van de Pol,

    Don Leonardo Barroso vroeg Leandro hem en zijn schoondochter naar huis te brengen en hij was zo tevreden over de manier waarop de chauffeur reed en ook over diens discretie en diens uiterlijk, dat hij hem een contract aanbood om in november met hem mee te gaan naar Spanje.

    De grens van glas, Carlos Fuentes,

    voorafgegaan door naamvalsgenitief


    • Lisa's schoondochter
    • Multatuli's schoondochter

    Dus, alvorens te zeggen dat Multatuli's schoondochter de waarheid geweld aangedaan heeft, door te beweren dat haar man privaatdocent aan de rijksuniversiteit te Leiden was geweest, is het zaak daarvoor een bewijs in handen te hebben.

    Boze brieven van Bijkaart, W.F. Hermans,

    Toen ze vertrokken was, probeerde ik mijzelf te beschermen door slechte gedachten. Over Anita bijvoorbeeld, Lisa's schoondochter, die ik niet mocht. Ze was opgeleid bij de Slöjdförening en ze maakte mooie kleren; ze was zelf ook mooi.

    Anna, Hanna en Johanna, Marianne Fredriksson,

    met ander, nevengeschikt substantief


    • schoonvader en schoondochter
    • schoonzonen en schoondochters
    • zoon en schoondochter

    Ook schoonzonen en schoondochters zijn aan hun schoonouders levensonderhoud verschuldigd.

    http://users.pandora.be/jan.fiers1/1ortho/

    Van Eijk heeft een zoon en schoondochter in één van de voor verkoop genomineerde huurhuizen wonen en is dagelijks actief in de bouwwereld.

    Meppeler Courant,

    In de relatie tussen aanverwanten is een huwelijk in de rechte lijn ook steeds verboden. Wat meteen betekent dat een schoonvader en schoondochter nooit met elkaar in het huwelijk kunnen treden.

    http://www.notare.be/watnot.htm#h1,

    Woordfamilie


    Als rechterlid in samenstellingen en samenkoppelingen