schoonzoon


schoonzoon 1.0

echtgenoot van de dochter van iemand; bij een gelijkslachtig huwelijk: echtgenoot van de zoon van iemand

Semagram


Een schoonzoon…

is een man; is een persoon

  • [Betrekking of relatie] is de echtgenoot van de dochter van iemand; is bij een gelijkslachtig huwelijk de echtgenoot van de zoon van iemand

    Algemene voorbeelden


    Non was smoor op je vader toen die hier in het paviljoen woonde, dat heeft Moenah me verteld, en oma Moes hoopte dat het geld van onze familie zou helpen, zij had hem graag als schoonzoon gehad, ook vanwege de kleurverbetering!

    Sleuteloog, Hella S. Haasse,

    Beide schoonzoons stonden aan de wieg van een bloeiende onderneming, maar die van Moretus zou uitgroeien tot het enige familiebedrijf in de wereld dat gedurende meer dan drie eeuwen, tien generaties lang, zijn eenheid zou bewaren.

    De Standaard,

    De 'koude kant' (schoonzoon, schoondochter) heeft ook het nakijken wat de waardestijging betreft.

    http://www.notarislelystad.nl/

    "Het huwelijk is zeer spoedig misgelopen.' Roscam noteerde dat als een feit afkomstig van een zeer verre planeet. "Tot verdriet van haar vader,' zei Smelleken. "Als industrieel had hij grote plannen met die schoonzoon.'

    Het beleg van Brussel, Frans Verleyen,

    Combinatiemogelijkheden


    met adjectief ervoor


    • aanstaande schoonzoon
    • geschikte schoonzoon
    • ideale schoonzoon
    • perfecte schoonzoon
    • toekomstige schoonzoon

    Toen Lange Pier zijn oog had laten vallen op een van de vele dochters van een nog armere boer, had de boer hem een zeug meegegeven om het alvast te proberen, nadat hij had gehoord dat zijn aanstaande schoonzoon nog nooit met een vreemde vrouw naar bed was geweest.

    De Hunnen. Dl. 2: Bevrijding, Jan Cremer,

    En dus voelde Sneeuw de hete adem in haar nek en was ze bij haar moeder te rade gegaan. Die had een geschikte schoonzoon gevonden bij een kennis van haar, waar er net een zoon was thuisgekomen na 7 jaar werken in een Russische fabriek.

    De Standaard,

    De ouders van de toekomstige schoonzoon kwamen op bezoek en tot mijn ontzetting werd van mij verwacht dat ik ook aan tafel kwam zitten.

    Alle verhalen, Kristien Hemmerechts,

    Sofie haalde haar schouders op, keek naar de camera en zei met een flauw glimlachje: 'Hij weet niet eens waar zijn onderbroeken liggen.' Waarop Sergio droogweg antwoordde: 'Ja, ik ben zo'n beetje de perfecte schoonzoon.'

    Dwarskijker, Rudy Vandendaele,

    Hij zag eruit als de ideale schoonzoon. Een kostuum van modieuze, maar beheerste snit, een open jongenshoofd met een studentikoze bril en een slank postuur.

    Nette mensen in een nieuwe tijd, Hans van der Kamp,

    met voorzetselgroep


    Voorzetsel: van

    • de schoonzoon van de profeet

    Abou die een rechtstreekse afstammeling zou geweest zijn van Ali, de schoonzoon van de profeet, en die tijdens zijn bekeringswerk in Europa op deze plaats door kristenhonden zou doodgeknuppeld zijn.

    De stoelendans, Paul Koeck,

    met bezittelijk voornaamwoord


    • haar schoonzoon
    • hun schoonzoon
    • mijn schoonzoon
    • onze schoonzoon
    • zijn schoonzoon

    Heus, gelooft u mij, Karels schoonouders zijn noch mooi, noch slim, noch lief, noch aardig, en nooit geweest ook. Dat wist ik al vóór ik de vrouw van hun schoonzoon leerde kennen.

    ...honderd. Ik kom, Piet Grijs,

    Onze schoonzoon wist te vertellen dat het hier een aanvankelijk muzikale, maar thans algemeenculturele, beweging betreft die zich in muzikaal opzicht niet opvallend onderscheidt van wat hij "rock and roll' noemde.

    ...honderd. Ik kom, Piet Grijs,

    Hij was in de nazomer, zoals elk jaar, vanuit zijn woonplaats Den Bosch naar Tivoli gekomen om zijn schoonzoon te helpen bij het rooien van de eigenheimers.

    De tandeloze tijd. Dl. 1: Vallende ouders, A.F.Th. van der Heijden,

    Er zat wel wat pit in mijn schoonzoon, hij kreëerde zelf kleren voor tieners en verkocht die in de boetiek.

    Berthold 1200, Paul Koeck,

    Yvette poederde haar gezicht en liep dan naar beneden om haar schoonzoon een handje toe te steken.

    Berthold 1200, Paul Koeck,

    voorafgegaan door naamvalsgenitief


    • Louises schoonzoon

    In een aangrenzende kamer waarvan de deuren open stonden zat aan een tafel als een onverschillige stoorzender Louises schoonzoon, de fotograaf Ed van der Elsken, luidruchtig soep te slobberen.

    De koorddanseres en andere herinneringen, Rico Bulthuis,

    met ander, nevengeschikt substantief


    • dochter en schoonzoon
    • schoonmoeder en schoonzoon
    • schoonvaders en schoonzonen
    • schoonzonen en schoondochters

    De plotse dood van Memeeke ondergingen dochter en schoonzoon lijdzaam, maar de omstandigheden konden ze in dit geval niet velen.

    Sterk water, Marijke Libert,

    Het is bovendien ook een duidelijke aanwijzing dat schoonmoeder en schoonzoon minstens geprobeerd hebben Amélie te overreden, uitgerekend twee dagen na de hoogoplopende ruzie tussen moeder en dochter aan de telefoon.

    De maquette: verslag, Jean Pierre Van Rossem,

    Alain Van de Velde, Sylvia's vader, vond mij een luldebehanger eerste klas en zo'n opvatting leidt niet meteen tot een goede verstandhouding tussen potentiële schoonvaders en schoonzonen.

    De droogte, Herman Brusselmans,

    Ook schoonzonen en schoondochters zijn aan hun schoonouders levensonderhoud verschuldigd.

    http://users.pandora.be/jan.fiers1/1ortho/

    Dat komt mooi uit: schoonmoeder en schoonzoon die in dezelfde sector zijn tewerkgesteld.

    Alle verhalen, Kristien Hemmerechts,

    Vaste verbindingen


    de ideale schoonzoon

    Zie: de ideale schoonzoon

    Woordfamilie


    Als deel van een afleiding


    Als rechterlid in samenstellingen en samenkoppelingen


    Als linkerlid in samenstellingen en samenkoppelingen


    Overige woordfamilieleden