vioolbouwer


vioolbouwer 1.0

afbeelding

Bron: Rudi van Beek
( CC BY 3.0 )

iemand die voor zijn beroep, soms ook wel uit liefhebberij, violen bouwt; vioolmaker

Semagram (extra betekenisinformatie)


Een vioolbouwer…

is een persoon

  • [Activiteit of handeling] bouwt violen; maakt violen
  • [Oorzaak, reden of aanleiding] bedrijft zijn activiteit voor zijn beroep, soms ook uit liefhebberij

    Hoofdsemagram: bouwer


    Algemene voorbeelden


    Om het effect van hun ingrepen te beoordelen, hebben vioolbouwers eeuwenlang vertrouwd op hun oren.

    NRC,

    De dansmeesters leerden de rijken goede manieren, dansen en buigen. Daar ze naar hun 'klanten' toegingen, vroegen ze aan de vioolbouwers kleine instrumenten te maken die ze gemakkelijk op zak konden steken. Dat was de oorsprong van het dansmeestersviooltje.

    http://users.pandora.be/dirk.viaene/muziek1.htm,

    Vioolbouwers zoals de beroemde Amiti-familie, A. Stradivarius en de Guarneri-familie bouwden instrumenten die tot op heden onovertroffen zijn.

    http://users.pandora.be/dirk.viaene/muziek1.htm,

    Door het steeds bijstemmen van het instrument neigt de kam naar voren of naar achteren. Regelmatig inspecteren en corrigeren is zeer gewenst. Wie dat niet zelf durft te doen, kan beter de vioolbouwer opzoeken. Een kromme kam kan soms worden gecorrigeerd, maar vaak is een nieuwe kam nodig.

    http://www.bbviolins.nl/

    "Wij proberen de concerten te combineren met educatieve activiteiten", vertelt Maarten Stolk van De Stoep. "We hebben een restaurateur en een vioolbouwer gehad die over hun werk praatten, en iemand die iets vertelde over historische instrumenten."

    NRC,

    Met grenzeloze precisie heeft Charles de gekromde houtkrullen geschilderd die op de werktafel liggen. Vriendelijk kijkt de vioolbouwer op van zijn werk. De grote handen liggen koesterend om het instrument.

    Het meesterstuk, Anna Enquist,

    Anders dan in de meetruimte sluit de inrichting hier wel aan bij het beeld van de vioolbouwer als een handwerksman die kloppend, schavend, lijmend en luisterend werkt aan het volmaakte instrument.

    NRC,

    En wie was Bramelaar? 'Leo Bramelaar Sr. en Jr. vioolbouwers', vermeldt het briefhoofd.

    Het meesterstuk, Anna Enquist,

    Combinatiemogelijkheden


    met adjectief ervoor


    • een Haagse vioolbouwer
    • een Zuid-Duitse vioolbouwer

    In het bedrijf van de Haagse vioolbouwer Willem Bouwman zijn de zestiende en de twintigste eeuw gescheiden door een steile trap.

    NRC,

    De toepassing van hout is de volgende stap: trots poseert een Zuidduitse vioolbouwer voor de kruiselings gestapelde, wigvormige stukken esdoorn die zijn kapitaal vormen.

    Het meesterstuk, Anna Enquist,

    met telwoord ervoor


    • twee vioolbouwers

    Un coeur en hiver. Geserreerde emotionele kamermuziek over de platonische vriendschap tussen twee vioolbouwers (Daniel Auteuil en André Dussollier), die verstoord wordt door een beiden begerende violiste (Emmanuelle Béart).

    NRC,

    met eigennaam


    • vioolbouwer Willem Bouwman

    In het bedrijf van de Haagse vioolbouwer Willem Bouwman zijn de zestiende en de twintigste eeuw gescheiden door een steile trap.

    NRC,

    met ander, nevengeschikt substantief


    • schrijnwerker en vioolbouwer

    Deze Friedrich Bruggeman was een bijzonder interessante figuur. Zijn vader was hoftimmerman en meubelmaker bij de Prinsen von Lippe-Biesterfeld. Hijzelf was schrijnwerker en vioolbouwer en vestigde zich als zodanig in 1892 in Losser.

    http://www.excelsior-losser.nl/excelsior.htm

    voorafgegaan door als


    • zich ergens vestigen als vioolbouwer

    Een violist uit het orkest, Karel van der Meer, vestigde zich in de Leidsestraat als vioolbouwer.

    NRC,

    Woordfamilie


    Als deel van een afleiding


    Als linkerlid in samenstellingen en samenkoppelingen