bouwer


bouwer 1.0

iemand die voor zijn beroep huizen en andere bouwwerken bouwt, hetzij als ondernemer, hetzij als werknemer

Semagram


Een bouwer…

is een persoon

  • [Plaats] werkt meestal op bouwplaatsen in de open lucht
  • [Middel] gebruikt stenen, beton, specie, troffels, hijskranen
  • [Product of vrucht] maakt gebouwen, huizen, woningen
  • [Oorzaak, reden of aanleiding] doet zijn werk voor zijn beroep
  • [Organisatie en organisatiewijze] werkt als zelfstandige ondernemer met personeel of als werknemer bij een aannemer
  • [Omstandigheid] werkt niet bij vriesweer of tijdens de bouwvakvakantie

Algemene voorbeelden


De échte heersers van Avila zijn de bouwers. Voor hen is deze stad nooit geworden: kerk, klooster, huis, muur, te verdedigen bezit, te bewijzen waarheid. Voor hen groeide deze stad, steen na steen, voor hen had deze stad geen verleden of toekomst. Zij kwamen, zij vertrokken en lieten het werk van hun handen bevolken door de helden en de heiligen en door het hele nijvere volkje dat een huis zocht voor hun hart en een graf voor hun ziel.

Met het oog op de jaren negentig, Luc Vancampenhout,

Hij denkt dus, bijvoorbeeld, aan de bouwers.

Met het oog op de jaren negentig, Luc Vancampenhout,

Met de stappen van een bouwer meet hij de vertrekken op van een paleis dat nu als restaurant dienst doet, met zijn potlood de tegels en stenen.

Labyrint, Fleur Bourgonje,

Elke week waren de muurtjes en de steigers weer wat hoger, alsof ze de lucht in schoten op de wijze der planten, want bouwers troffen we er nooit aan.

De tandeloze tijd. Dl. 1: Vallende ouders, A.F.Th. van der Heijden,

Combinatiemogelijkheden


met voorzetselgroep


Voorzetsel: van

  • een bouwer van grote projecten
  • een bouwer van kerken
  • een bouwer van kloosters
  • een bouwer van kunstwerken
  • een bouwer van olieplatforms
  • een bouwer van torens
  • een bouwer van tribunes
  • een bouwer van wijken
  • een bouwer van woningen

Tegen het eind van de negentiende eeuw waren de joden de belangrijkste bouwers van nieuwe wijken buiten de stadsmuren.

http://www.cidi.nl/html/publijst/online/jer-00.html,

met ander, nevengeschikt substantief


  • bouwers en architecten
  • bouwers en projectontwikkelaars
  • bouwers en studiebureaus
  • bouwers en verbouwers

De bouwers en architecten zullen niet aarzelen als ze kunnen rekenen op een installateur-domoticus die z'n bekwaamheid kan aantonen.

http://www.vei.be/images/downloads/domotica/Kwaliteitslabel_Domotica.pdf,

Woordfamilie


Als rechterlid in samenstellingen en samenkoppelingen


bouwer 2.0

bedrijf dat huizen of andere bouwwerken bouwt

Betekenisbetrekking


metonymie
Betrokken betekenissen 1.0 : 2.0

Algemene voorbeelden


Op een mat Damrak verloor bouwer HBG vanmorgen 2,50 gulden op een koers van 251 gulden.

NRC,

Woordfamilie


Als rechterlid in samenstellingen en samenkoppelingen


bouwer 3.0

iemand die voor zichzelf een nieuw huis laat bouwen

Semagram


Een bouwer…

is een persoon

  • [Activiteit of handeling] laat voor zichzelf een nieuw huis bouwen
  • [Betrokkene] betrekt bij zijn plan een architect, een bouwbedrijf, een aannemer
  • [Organisatie en organisatiewijze] is meestal een privépersoon, die een woning voor zichzelf en zijn gezin laat bouwen

    Algemene voorbeelden


    De meubilering van een nieuwe woonst wordt door de meeste bouwers niet ingecalculeerd in het bouwbudget.

    http://www.internationaalmeubelfestival.be/Downloads/Aanvr.Deelname%20NL.pdf,

    Combinatiemogelijkheden


    met ander, nevengeschikt substantief


    • bouwers en huurders
    • bouwers en kopers

    Deze ingrepen zijn bijkomende stimuli om bouwers of kopers met renovatieambities naar de bestaande woonkernen te oriënteren of gezinnen met kinderen te overtuigen om in de stad te blijven of in de stad te komen wonen.

    http://www.leuven.be/servlet/genweb.servlet.MainServlet?toDo=open=4101

    met adjectief ervoor


    • een particuliere bouwer

    Het college heeft particuliere bouwers in een aantal gevallen meer vrijheid gegeven dan het beeldkwaliteitsplan toestaat.

    Meppeler Courant,

    Woordfamilie


    Als rechterlid in samenstellingen en samenkoppelingen


    bouwer 4.0

    iemand die als beroep werktuigen, instrumenten of voertuigen in elkaar zet

    Semagram


    Een bouwer…

    is een persoon

    • [Plaats] werkt in een fabriek of in een werkplaats
    • [Product of vrucht] maakt machines, voertuigen, muziekinstrumenten, in de regel zaken die uit talrijke onderdelen worden geassembleerd
    • [Organisatie en organisatiewijze] verricht zijn activiteit als bedrijf, als werknemer in een bedrijf of als kleine zelfstandige

      Combinatiemogelijkheden


      met voorzetselgroep


      Voorzetsel: van

      • een bouwer van accordeons
      • een bouwer van computers
      • een bouwer van harmoniums
      • een bouwer van instrumenten
      • een bouwer van klavierinstrumenten
      • een bouwer van orgels
      • een bouwer van piano's
      • een bouwer van prototypes
      • een bouwer van raketten
      • een bouwer van een speeldoos
      • een bouwer van telescopen
      • een bouwer van textielmachines
      • een bouwer van toetsinstrumenten
      • een bouwer van treinstellen
      • een bouwer van voertuigen

      De bouwer van toetsinstrumenten kan van deze twee enharmonische gelijken er slechts één op zijn instrument aanbrengen; in bovenstaand voorbeeld is dit ofwel de es ofwel de dis, hij moet kiezen.

      http://users.pandora.be/dirk.viaene/muziekth.htm

      met ander, nevengeschikt substantief


      • een bouwer en hersteller

      Woordfamilie


      Als rechterlid in samenstellingen en samenkoppelingen


      bouwer 4.1

      iemand die software maakt

      Betekenisbetrekking


      metafoor
      Betrokken betekenissen 4.0 : 4.1

      Combinatiemogelijkheden


      met voorzetselgroep


      Voorzetsel: van

      • een bouwer van beveiligingsprogramma's
      • een bouwer van Kennisnet
      • een bouwer van sites
      • een bouwer van websites

      Er heeft een voortdurende race plaats tussen de hackers en de bouwers van beveiligingsprogramma's.

      NRC,

      Woordfamilie


      Als rechterlid in samenstellingen en samenkoppelingen


      bouwer 5.0

      bedrijf dat werktuigen, instrumenten of voertuigen in elkaar zet

      Betekenisbetrekking


      metonymie
      Betrokken betekenissen 4.0 : 5.0

      Semagram


      Een bouwer…

      is een bedrijf

      • [Plaats] is gevestigd in een of meerdere fabrieken
      • [Product of vrucht] maakt machines, voertuigen, muziekinstrumenten, in de regel zaken die uit talrijke onderdelen worden geassembleerd

        Combinatiemogelijkheden


        met voorzetselgroep


        Voorzetsel: van

        • een bouwer van accordeons
        • een bouwer van auto's
        • een bouwer van boten
        • een bouwer van caravans
        • een bouwer van chips
        • een bouwer van computers
        • een bouwer van harmoniums
        • een bouwer van instrumenten
        • een bouwer van jachten
        • een bouwer van klavierinstrumenten
        • een bouwer van locomotieven
        • een bouwer van luchtschepen
        • een bouwer van luxewagens
        • een bouwer van motoren
        • een bouwer van orgels
        • een bouwer van piano's
        • een bouwer van raketten
        • een bouwer van reactoren
        • een bouwer van sportwagens
        • een bouwer van stuwdammen
        • een bouwer van telescopen
        • een bouwer van textielmachines
        • een bouwer van toetsinstrumenten
        • een bouwer van treinstellen
        • een bouwer van trucks
        • een bouwer van verkeerslichten
        • een bouwer van vliegtuigen
        • een bouwer van voertuigen

        In die periode was Foden de bouwer van zware trucks voor het lange-afstandsvervoer en het bouwvervoer, ze produceerden multi-assers en trekkers, complete dumptrucks en kraanonderwagens, en allerlei speciale voertuigen.

        http://www.atw.nl/nieuws.htm

        met ander, nevengeschikt substantief


        • een bouwer en hersteller

        Faillissement voertuigenbouwer kost 370 banen. LAG, de Limburgse bouwer en hersteller van industriële voertuigen, is gisteren failliet verklaard.

        De Standaard,

        bouwer 6.0

        iemand die als beroep infrastructuurwerken uitvoert, zoals het aanleggen van wegen, spoorwegen, bruggen of tunnels

        Semagram


        Een bouwer…

        is een persoon

        • [Plaats] werkt meestal in de open lucht
        • [Activiteit of handeling] voert grote infrastructuurwerken uit zoals het aanleggen van wegen, spoorwegen, bruggen, tunnels, waterwegen en dijken
        • [Middel] werkt met grote machines zoals hijskranen, graafmachines, bulldozers
        • [Organisatie en organisatiewijze] verricht zijn activiteit als werknemer in een bedrijf of als kleine zelfstandige

        Algemene voorbeelden


        Het metrostation Centraal Station komt te liggen onder de middentunnel van het CS met een ondergrondse entreehal onder het Stationsplein. Het metrostation krijgt daar drie ingangen: twee aan weerszijden van de hoofdingang van het CS en één bij het begin van de brug naar het Damrak. Ook komt er vanuit de metrohal een directe roltrap naar de perrons van de metro's naar Gaasperplas en Gein. "Mijn taak is om te zorgen dat bouwers en reizigers elkaar niet voor de voeten lopen", vat John Groot samen. Hij coördineert alle werkzaamheden op het stationseiland.

        http://www.noordzuidlijn.amsterdam.nl/default.htm,

        Combinatiemogelijkheden


        met voorzetselgroep


        Voorzetsel: van

        • een bouwer van aquaducten
        • een bouwer van bruggen
        • een bouwer van dijken
        • een bouwer van tunnels

        Asher maakte een "site specific"-installatie die het verband legde tussen twee beroemde architecten en tijdgenoten: Victor Horta, ontwerper van het PSK, en de Californische ingenieur-architect William Mulholland, bouwer van stuwdammen en aquaducten in de woonplaats van de kunstenaar Los Angeles.

        De Standaard,

        De tiendaagse afsluiting van de snelweg A44, die vrijdagavond is ingegaan, komt de bouwers van de hogesnelheidslijn (HSL) goed uit.

        Haagsche courant,

        Woordfamilie


        Als rechterlid in samenstellingen en samenkoppelingen


        bouwer 7.0

        bedrijf dat infrastructuurwerken uitvoert, zoals het aanleggen van wegen, spoorwegen, bruggen of tunnels

        Betekenisbetrekking


        metonymie
        Betrokken betekenissen 6.0 : 7.0

        Semagram


        Een bouwer…

        is een bedrijf

        • [Plaats] opereert meestal in de open lucht
        • [Activiteit of handeling] voert grote infrastructuurwerken uit zoals het aanleggen van wegen, spoorwegen, bruggen, tunnels, waterwegen en dijken
        • [Middel] werkt met grote machines zoals hijskranen, graafmachines, bulldozers

          Combinatiemogelijkheden


          met voorzetselgroep


          Voorzetsel: van

          Op de beklaagdenbank zitten direktieleden van het havenbestuur van Ramsgate, de Zweedse bouwer van de brug (Fartygs-entreprenader), de ontwerper (Fartygs-konstruktioner) en Lloyds Register of Shipping als inspektiebedrijf van schepen en haveninstallaties.

          De Standaard,

          Woordfamilie


          Als rechterlid in samenstellingen en samenkoppelingen


          bouwer 8.0

          iemand die de opstelling van zaken en personen bedenkt en maakt bij evenementen als bijvoorbeeld exposities, stoeten of springconcoursen

          Semagram


          Een bouwer…

          is een persoon

          • [Plaats] werkt zowel binnen als buiten naar gelang van het project waaraan hij werkt
          • [Activiteit of handeling] maakt opstellingen van zaken en personen voor een evenement
          • [Product of vrucht] maakt tentoonstellingen, corso's, praalwagens, springparcoursen, podia e.d.
          • [Oorzaak, reden of aanleiding] voert zijn activiteiten uit als beroep of uit liefhebberij

          Algemene voorbeelden


          Er wordt wel een parcours uitgezet, maar de bouwer zal vooral natuurlijke elementen gebruiken, die hij al dan niet aanpast.

          http://www.paardennieuws.be/index.html

          Combinatiemogelijkheden


          met voorzetselgroep


          Voorzetsel: van

          • een bouwer van pistes
          • een bouwer van praalwagens
          • een bouwer van tentoonstellingen

          Op zaterdag 12 augustus gunnen de bouwers van de praalwagens belangstellenden een kijkje in de keuken van het wagenbouwersvak.

          Meppeler Courant,

          Woordfamilie


          Als rechterlid in samenstellingen en samenkoppelingen


          bouwer 9.0

          iemand die iets onstoffelijks tot stand brengt

          Betekenisbetrekking


          metafoor
          Betrokken betekenissen 1.0, 10.0 : 9.0

          Semagram


          Een bouwer…

          is een persoon

          • [Activiteit of handeling] brengt onstoffelijke dingen tot stand
          • [Product of vrucht] brengt reglementeringen tot stand, bepaalt het verloop van iets, doet meestal vrij complexe immateriële zaken ontstaan, die geleidelijk tot stand komen

            Combinatiemogelijkheden


            met voorzetselgroep


            Voorzetsel: van

            • de bouwer van zijn persoonlijkheid

            In het Montessori-onderwijs is het kind zelf de bouwer van zijn persoonlijkheid.

            http://www.google.be/search?q=cache:f434vZZV8l8J:www.klasse.be/archieven/archieven.taf%3Factie%3Ddetail%26nr%3D5186+montessori+basisschool=nl=lang_nl=UTF-8

            Woordfamilie


            Als rechterlid in samenstellingen en samenkoppelingen


            bouwer 9.1

            iemand die of iets wat de oorzaak is van het ontstaan van iets

            Betekenisbetrekking


            metafoor
            Betrokken betekenissen 9.0 : 9.1

            Combinatiemogelijkheden


            met voorzetselgroep


            Voorzetsel: van

            • de bouwers van het schrijversblok

            In ieder geval gaat Brenda Ueland al in het eerste hoofdstuk de bouwers van het schrijversblok te lijf.

            NRC,

            bouwer 10.0

            iemand die als opdrachtgever, architect of uitvoerder een bepaald bouwwerk heeft gemaakt

            Semagram


            Een bouwer…

            is een persoon

            • [Activiteit of handeling] gaf de opdracht tot of had de leiding bij de constructie van een bouwwerk
            • [Product of vrucht] maakt of maakte een bouwwerk, vaak een beroemd, historisch belangrijk bouwwerk
            • [Waardering] geniet vaak een bepaalde faam of beroemdheid voor wat hij gedaan heeft

              Combinatiemogelijkheden


              met voorzetselgroep


              Voorzetsel: van

              • de bouwer van de Chinese Muur
              • de bouwer van de tempel van koning Rhampsinitos
              • de bouwer van het oorspronkelijke landhuis

              De bouwer van het oorspronkelijke landhuis had er de suggestie van een lieflijke droom aan meegegeven.

              Verleidingen, Rudolf Geel,

              Deze koning van Qin is bij ons bekend als de bouwer van de Chinese muur, maar zijn grootste verdienste was het verenigen van China tot een machtig keizerrijk.

              http://www.ou.nl/open/rma/spiegel/frames11.htm