zitskiester


zitskiester 1.0

(wintersport; neologisme)

vrouw die de wintersport zitskiën beoefent; vrouw die skiet in een zitski
Zie ook : zitski

Semagram (extra betekenisinformatie)


Een zitskiester…

is een persoon

  • [Geslacht] is een vrouw

    Algemene voorbeelden


    Met snelheden van meer dan 100 kilometer per uur raast zitskiester Barbara van Bergen zaterdag tijdens de afdaling op haar mono-ski (één ski onder de kuip) van de olympische piste in Cortina d'Ampezzo. Echte angst kent de Rotterdamse paralympiër niet, hoewel ze in haar carrière vaker dan haar lief was in de veiligheidsnetten naast de piste is beland.

    Nederlands Dagblad,

    Zitskiester Linda van Impelen heeft woensdag in Pyeongchang zilver veroverd op de reuzenslalom. Zij zag alleen de Japanse Momoka Muraoka over twee runs een snellere tijd neerzetten.

    NRC Handelsblad,

    Maar haar benen waren niet te redden. "Dan lever je je benen in voor een nieuw leven. Nou, prima. Lever ik die dingen in", vertelt de zitskiester in de een documentaire op haar website.

    Trouw,

    Woordfamilie


    Overige woordfamilieleden


    Etymologie


    Aard herkomst inheems woord
    Vroegste datering 2009
    Samenhangende woorden (betekenis) krukski; monoski; paraskiën