Tadzjiek


Tadzjiek 1.0

iemand met de Tadzjiekse nationaliteit; iemand die behoort tot het Tadzjiekse volk; iemand die afkomstig is uit Tadzjikistan; inwoner van Tadzjikistan
Tadzijikistan maakte tot 1991 deel uit van de Sovjet-Unie. In het meervoud ook in toepassing op het volk.

Semagram (extra betekenisinformatie)


Een Tadzjiek…

is een persoon

  • [Groep] heeft de Tadzjiekse nationaliteit; maakt deel uit van het Tadzjikische volk; behoort tot een Aziatisch volk dat verwant is aan de Iraniërs
  • [Plaats] woont doorgaans in Tadzjikistan, gelegen in Centraal-Azië, en verder vooral in Afghanistan, Oezbekistan en Pakistan
  • [Overtuiging of levensbeschouwing] is islamitisch en behoort tot de soennitische moslims
  • [Taal] spreekt en schrijft (in cyrillisch schrift) Perzisch

Algemene voorbeelden


In de stad Charikar kan Massoud rekenen op de steun van de plaatselijke bevolking die vooral uit Tadzjieken bestaat. Ook Massoud is een Tadzjiek.

De Standaard,

"Een miljoen Tadzjieken leven in het buitenland, een heel volk is verstrooid en de geestelijke verwoesting is volledig."

NRC,

Afghanistans minderhedenmilities (de Tadzjieken, Oezbeken, Hazara) nemen revanche voor de terreur waaraan hun volksgenoten in de voorbije jaren ten prooi vielen.

De Morgen,

Her en der kozen hele provincies hun eigen weg, zonder dat dat hoeft te betekenen dat zij zich aansluiten bij de Noordelijke Alliantie, die voornamelijk bestaat uit Tadzjieken en Oezbeken.

De Telegraaf,

Dinsdag waren vijf waarnemers van de VN ontvoerd - twee Zwitsers, een Oostenrijker, een Oekraïner en een Tadzjiek.

De Standaard,

Woordfamilie


Als deel van een afleiding