kot


kot 1.0

((vooral) in België)

kleine en al dan niet afgesloten ruimte in of bij het huis waarin een of meerdere dieren, vooral honden, duiven, pluimvee of kleinvee zoals varkens worden gehouden; ook: afgesloten verblijfplaats voor dieren in gevangenschap in een dierentuin, een circus e.d.; dierenhok; hok; kooi

Semagram


Een kot…

is een ruimte

      Hoofdsemagram: hok


      Algemene voorbeelden


      'Ja,' repliceerde hij, 'met op de achtergrond een kraan die druppelt en een kanarievogel die zit te fluiten in zijn kot. En achter op de koer een putteke dat stinkt.'

      Emmeke, Jan Lampo,

      Wat zouden zij zich druk maken om die arme honden en katten van Canina, die de komende wintermaanden weer zitten te rillen in hun tochtige kotten?

      http://www.dorinestandaert.yucom.be/Pleasure/CaninaEssen.html

      'Verder heb je de kalmeringsmiddelen... want je begrijpt, die beesten lijden net zo goed aan woningnood in die overbevolkte kotten [...]. Ze worden snel agressief als ze elkaar zo op de tenen staan te trappen en met de konten tegen elkaar duwen. dan beginnen ze te gillen en bijten mekaar de staart af. En je, wat is nou een varken zonder staart? Dat verkoopt niet, hè.'

      De tandeloze tijd. Dl. 1: Vallende ouders, A.F.Th. van der Heijden,

      Woordfamilie


      Als deel van een afleiding


      Als rechterlid in samenstellingen en samenkoppelingen


      kot 2.0

      ((vooral) in België)

      kleine afgeperkte ruimte binnen of buiten het huis die dienst doet als bergplaats voor werktuigen, schoonmaakmiddelen, verwarmingsketels, fietsen of andere voorwerpen; berghok

      Semagram


      Een kot…

      is een ruimte

          Hoofdsemagram: hok


          Algemene voorbeelden


          Een platen kot, met wat isolatie is al voldoen om enkele honderde liters wijn in te laten vergisten.

          http://www.siddartha.be/wijngilde_siddartha.htm

          Je zult een Belg nooit tegenhouden om nog een kot bij zijn huis te bouwen.

          NRC,

          Woordfamilie


          Als deel van een afleiding


          Als rechterlid in samenstellingen en samenkoppelingen


          kot 3.0

          ((vooral) in België)

          kleine ruimte die dient voor bewoning of als werkplek, maar die door de geringe afmetingen, de kaalheid en de ongezelligheid ervan eerder lijkt op een berghok

          Betekenisbetrekking


          metafoor
          Betrokken betekenissen 1.0 : 3.0
          Betrokken betekenissen 2.0 : 3.0

          Semagram


          Een kot…

          is een ruimte

              Hoofdsemagram: hok


              Algemene voorbeelden


              Onder gewapende escorte werden we afgevoerd naar de gevangenis, een kot zonder ramen, zonder WC, zonder eten of drinken en alweer stinkend als de pest.

              De Standaard,

              De naam Raymond Poulidor, de eeuwige tweede, viel daarom zondag in het kot dat als kleedkamer dienst deed.

              NRC,

              In kleermakerszit, spiernaakt, zat Henri op de drempel van de wc, een klein kot, nauwelijks groot genoeg voor een volwassene.

              Hokwerda's kind, Oek de Jong,

              Woordfamilie


              Als deel van een afleiding


              Als rechterlid in samenstellingen en samenkoppelingen


              kot 4.0

              ((vooral) in België)

              kamer die verhuurd wordt voor de huisvesting van studenten in universiteitssteden of andere plaatsen waar instellingen voor hoger onderwijs gevestigd zijn; studentenkamer

              Betekenisbetrekking


              metafoor
              Betrokken betekenissen 1.0 : 4.0
              Betrokken betekenissen 2.0 : 4.0

              Semagram


              Een kot…

              is een kamer; is een ruimte; is een plaats

              • [Functie] dient voor de huisvesting van studenten
              • [Plaats] bevindt zich in een gebouw in een universiteitsstad of een andere plaats waar instellingen voor hoger onderwijs zijn
              • [Organisatie en organisatiewijze] wordt meestal verhuurd door de eigenaar of door een instelling die kamers beheert

                Algemene voorbeelden


                Een goed kot is voor iedere student iets anders.

                http://www.kuleuven.ac.be/kuleuven/

                Gemiddeld betaal je 4.000 tot 5.000 frank per maand voor een kot met gemeenschappelijke delen.

                De Standaard,

                Hierna de straat ophollen, alle hippe kroegen en discopubs afstomen en 100 toevallig ontmoete verliefde koppels van beider kunne inviteren om eens lekker met elkaar te vrijen op je kot, de eerste vrijdag van volgende maand in straat bee nummer 34 etage drie, na achten.

                Nutteloze handelingen, Fernand Auwera,

                Combinatiemogelijkheden


                als object bij een werkwoord


                • een kot huren

                Omdat we al snel wisten dat we bij elkaar zouden blijven, vonden onze ouders dat het financieel niet interessant was dat we allebei een kot huurden.

                De Standaard,

                in voorzetselgroep


                • op kot
                • op kot gaan
                • op kot zitten

                Studenten die momenteel in een home op kot zitten, zullen het kunnen beamen: de huidige kamers zijn klein.

                http://www.schamper.rug.ac.be/schamper350/350-home.html

                Heel wat studerende jongeren kiezen ervoor om tijdens hun studieperiode op kot te gaan.

                http://www.kuleuven.ac.be/huisvesting/pdf/brochures/charterwoc.pdf

                Opvallend is dat 94 % van de ondervraagde studenten zich al na een paar maanden aangepast voelt op kot.

                http://www.kuleuven.ac.be/huisvesting/pdf/brochures/Kotwijzer_2002.pdf,

                Leuven studentenstad. Leven op kot. Waarom op kot? Op kot gaan of pendelen? That is the question.

                http://www.kuleuven.ac.be/kuleuven/

                Woordfamilie


                Als rechterlid in samenstellingen en samenkoppelingen


                Als linkerlid in samenstellingen en samenkoppelingen


                kot 5.0

                ((vooral) in België,informeel,pejoratief)

                bouwwerk in slechte staat; ook: klein, eenvoudig bouwwerk dat beschutting biedt of dient voor handelsactiviteiten

                Betekenisbetrekking


                metafoor
                Betrokken betekenissen 1.0 : 5.0
                Betrokken betekenissen 2.0 : 5.0

                Semagram


                Een kot…

                is een huis; is een gebouw

                • [Constructie] is vaak slordig en gammel opgetrokken; is soms een elementaire constructie die dient als beschutting, zoals een bushokje, of voor sommige handelsactiviteiten, zoals de verkoop van snacks
                • [Materiaal] is vaak samengesteld uit minderwaardige materialen
                • [Toestand algemeen] is vaak in zeer slechte staat; is vaak bouwvallig; lijkt meer een hok voor dieren dan iets om door mensen bewoond te worden

                  Algemene voorbeelden


                  De kamer baadde in een lucht van wakte. Er moest vocht in de muren zitten en de kachel werd veel te sporadisch gestookt om het te verdrijven. 'Godverdomme, dat stinkt hier toch altijd in dat kot,' vloekte ik, veel luider dan ik gewoonlijk sprak.

                  Sluitertijd, Erwin Mortier,

                  Toen ik 't Hommelhof betrad, had ik maar één gedachte: wat een vuil kot.

                  http://www.hommelhof.be/

                  Dat bouwvallig kot? Het oudste huis uit de streek! Wat moet hij daarmee gaan beginnen? De patron toont uitvoerig aan, dat het snertding aan de grond zit.

                  De verdwazing, Andreas Roels,

                  Ik heb ook lang gewoond in een kot als zo hier in de buurt. Mijn vrouw en ik. Op den duur kregen de kakkerlakken elk een voornaam, begrijp je. We hebben lang naar iets beters moeten zoeken.

                  Asfaltbloempje; De vrouw in de kamer; My beautiful demon; Natalja, Yorgos Dalman,

                  Woordfamilie


                  Als deel van een afleiding


                  Als rechterlid in samenstellingen en samenkoppelingen


                  kot 6.0

                  ((vooral) in België,informeel,sarcastisch)

                  gebouw waarin iemand woont of waar bepaalde activiteiten worden verricht; vaak, vooral in samenstellingen: huis waarover denigrerend wordt gesproken vanwege de matig geapprecieerde activiteiten die er plaatsvinden

                  Betekenisbetrekking


                  overig
                  Betrokken betekenissen 1.0 : 6.0
                  Betrokken betekenissen 2.0 : 6.0

                  Semagram


                  Een kot…

                  is een huis

                      Hoofdsemagram: huis


                      Algemene voorbeelden


                      Ik weet wel dat je niet van hem hield, maar je erft nu toch de helft van zijn bezittingen en als onze vader en ons moeder zaliger mij er niet nog per ongeluk bijgemaakt hadden, dan was gans dat kot hier met hebben en houden van jou alleen. Eerst zien wat dat kot waard is, zei mijn broer nukkig. Als ik met mijn deel van de opbrengst van de inboedel een nieuwe fiets kan kopen, tracteer ik je.

                      De wekker, André Janssens,

                      Ik haal geen drank meer in m'n kot, om Wilfried tenminste van het zuipen af te houden als hij thuis is.

                      Mank, Herman Brusselmans,

                      Het klonk kwader dan bedoeld, maar ik moet mij hier in mijn eigen kot toch niet laten afblaffen?

                      Koud, Geertrui Daem,

                      Vaste verbindingen


                      alsof het kot in brand staat


                        Zie: alsof het kot in brand staat

                      het kot afbreken


                        Zie: het kot afbreken

                      het kot zou te klein zijn


                        Zie: het kot zou te klein zijn

                      in zijn kot blijven zitten


                        Zie: in zijn kot blijven zitten

                      op zijn kot zitten met iemand of iets


                        Zie: op zijn kot zitten met iemand of iets

                      uit zijn kot komen


                        Zie: uit zijn kot komen

                      Woordfamilie


                      Als deel van een afleiding


                      Als rechterlid in samenstellingen en samenkoppelingen


                      kot 7.0

                      ((vooral) in België,informeel,voetbal [balsport])

                      constructie van hout, metaal en netten dat in het voetbal dienst doet als doel; doel

                      Betekenisbetrekking


                      metafoor
                      Betrokken betekenissen 1.0 : 7.0
                      Betrokken betekenissen 2.0 : 7.0

                      Semagram


                      Een kot…

                      is een bouwwerk

                          Hoofdsemagram: doel


                          Algemene voorbeelden


                          "We hadden hier met tien voor ons kot kunnen kruipen en spekuleren op de counter, maar dat spelletje ligt ons niet echt", aldus een al bij al niet ontevreden Fi.

                          De Standaard,

                          Weer veel treurnis, kortom, tot die linke Simon Tahamata tegen de korst stuikte over het been van Bossuyt en ref Hus in een gulle bui naar het penaltykrijt wees. Vande Walle zijn kot uit, de loden rechter ertegen en 2-0.

                          De Standaard,

                          kot 8.0

                          ((vooral) in België,vervoer en transport)

                          lokaal aan de Antwerpse haven waar dokwerkers zich dagelijks kunnen laten inschrijven voor werk

                          Betekenisbetrekking


                          specialisering
                          Betrokken betekenissen 6.0 : 8.0

                          Semagram


                          Het kot…

                          is een lokaal

                          • [Functie] dient als contactplaats voor dokwerkers en werkgevers, waar de eerstgenoemden kunnen worden aangeworven voor een karwei voor één dag
                          • [Plaats] bevindt zich in het Antwerpse havengebied
                          • [Gebruiker] wordt gebruikt door dokwerkers in afwachting van werk

                            Algemene voorbeelden


                            Een werkgever die een schip wil laden of lossen, kan in het Kot zijn losse werkkrachten aanwerven. Wie geregeld jobs voor dokwerkers heeft, hoeft niet naar het Kot te gaan. Hij mag telkens dezelfde ploeg arbeiders bestellen.

                            De Standaard,

                            Ik ging aan de dokken werken en terwijl ik daar mijn kostje verdiende predikte ik de revolutie en deelde aan 't kot pamfletten uit die de arbeiders opriepen deel te nemen aan de strijd voor een rechtvaardige wereld.

                            'Vliegt den Blauwvoet, storm op de Koornmarkt', Bart Plouvier,