goedgeluimd


goedgeluimd 1.0

(Gezegd van personen)
een goede "luim", een goed humeur hebbend; met een goed humeur; goedgehumeurd; goedgemutst; welgeluimd; ook: van nature een goed humeur, een opgeruimd karakter hebbend

Algemene voorbeelden


Zo te zien goedgeluimd duwt ze een karretje voor zich uit waarop een rechthoekige plastic doos ligt.

De vrouw die alles had, Kees van Beijnum,

Een goedgeluimde, nogal flegmatieke man die geduldig op de vragen kauwt voor hij ze beantwoordt.

NRC,

Het ruikt er alsof het ooft al rijpt, en her en der zoemen stiekem al solitaire bijen en goedgeluimde hommels.

NRC,

De kennelijk goedgeluimde Kohl zei lachend: "Ik heb alles in mijn hoofd en ben geheel zeker van mijn zaak."

NRC,

Goedgeluimde jongemannen in azuurblauwe poloshirts duwen karretjes met stapels dozen erop naar de vrachtwagen op de oprijlaan.

De vrouw die alles had, Kees van Beijnum,

Goedgeluimd reed ik naar het toenmalige Walibi-Flevo.

Het leukste jaar uit de geschiedenis van de mensheid, Ronald Giphart,

Het Brusselse beursmilieu blijft goedgeluimd, maar kijkt toch met enige voorzichtigheid naar de verrassende wendingen die Wall Street nu en dan durft te nemen.

De Standaard,

Zij speelt met een groep goedgeluimde Berlijnse jongens, the Goodboys from Berlin waaronder basklarinet-wizard aus dem Roten Bereich, Rudi Mahall.

http://www.let.uu.nl/~Henning.Bolte/personal/TAKASE/TAKASE-portret.htm,

Dus, ben of voel je je jong, wild, spontaan, meisje of jongen, wil je je amuseren, creatief, handig, energievol, ruimdenkend, goedgeluimd of ben je gewoon jezelf. Aarzel niet. Neem contact op en de rest volgt.

http://users.tijd.com/delink/,

Combinatiemogelijkheden


met bijwoord


  • altijd goedgeluimd
  • immer goedgeluimd

Maar wie zou niet betalen voor een reisgezel die altijd goedgeluimd is en tevreden is met drie wortels en twee potjes yoghurt per dag?

Een ballon van wijsheid, Boris Todoroff,

Vrouw Kowalska was altijd goedgeluimd, en trok zich van de roddel niets aan.

De Hunnen. Dl. 3: Vrede, Jan Cremer,

Dankzij hun schrikbarende zuinigheid waren mijn vader en moeder bijna altijd goedgeluimd.

Het woeden der gehele wereld, Maarten 't Hart,

Daisy droeg haar liposuctie met zwier en Herberts ogen waren als de bergmeren waaruit immer goedgeluimde arbeiders al zingend de Tönissteiner oppompen.

Dwarskijker, Rudy Vandendaele,

Elke Nederlander en Vlaming kent de immer goedgeluimde Goedheiligman.

http://www.zoekpagina.be/sint/geschiedenis/sinterklaas.htm

Woordfamilie


Als deel van een afleiding


  • goedgeluimdheid

goedgeluimd 2.0

van een goede "luim", een goed humeur getuigend; blijk gevend van een goed humeur; op een wijze waaruit een goed humeur blijkt
Ook als bepaling van gesteldheid.

Algemene voorbeelden


Maar hij, hij was de baas in huis. En dus had de auto verse olie gekregen en waren de koffers gepakt. En dus liep hij goedgeluimd rond en was zij razend zenuwachtig.

Dekherinneringen, Erik Vlaminck,

De aandelenmarkten begonnen gisteren goedgeluimd aan de nieuwe beursweek, dankzij bemoedigende resultaten en vooruitzichten bij verschillende bedrijven en de goede prestatie van Wall Street vorige vrijdag.

http://www.standaard.be/archief/dag/index.asp?snel=0=10/02/2004=GB73P3A8,

Het kan zijn dat mevrouw of ikzelf goedgeluimd binnenstappen, maar er gaandeweg iets gebeurt wat het tij keert.

De Standaard,

Met het soort goedgeluimde sarcasme waarop hij het patent lijkt te hebben, wijst Dunning op het uitzicht vanuit zijn werkkamer in het AMC.

NRC,

Combinatiemogelijkheden


met werkwoord


  • goedgeluimd antwoorden
  • goedgeluimd informeren

'Vanavond zul je naar de bioskoop moeten, want ik kan me helaas onmogelijk vrijmaken voor je!' Na het aanhoren van enig geroezemoes in het toestel, antwoordde hij goedgeluimd: 'dat heb ik dan begrepen, je neemt een andere minnaar.'

Het beleg van Brussel, Frans Verleyen,

'Gaat het nou al vlotter?', informeert hij goedgeluimd.

Het tranenmeer, Elisabeth Marain,

  • er goedgeluimd uitzien

Jeltsin zag er goedgeluimd uit, maar liep moeizaam toen hij Chirac naar binnen begeleidde.

De Standaard,

De mooiste maanden had ik gemist, maar 't was nog steeds prachtig nazomerweer [...] en veel mensen zagen er goedgeluimd uit, - hoewel niet één zozeer als ik: ik bleek beter gezind dan tot nu toe ooit het geval was geweest.

Wees maar niet bang, Christophe Vekeman,

Woordfamilie


Als deel van een afleiding


  • goedgeluimdheid