slechtgezind


slechtgezind 1.0

geen goede gezindheid hebbend of tonend ten opzichte van iemand of iets; geen goedgunstige houding hebbend of tonend; niet het beste voorhebbend met iemand of iets; ongunstig gezind; onwelgezind

Algemene voorbeelden


Kitsch is het enige dat bij de Intellectuelen nog op de index staat. De krantenman is een dichter die al een tijdje slechtgezind is op de wereld.

De Standaard,

Combinatiemogelijkheden


met werkwoord


  • iemand slechtgezind zijn

Zijn gehechtheid aan het heden heeft de herinneringen verjaagd en hem tegen hun inmenging beschermd; zijn geheugen is hem niet minder slechtgezind dan voorheen, maar omdat het werd genegeerd, buiten de deur werd gehouden, heeft het zijn macht over hem verloren.

Onwetendheid, Milan Kundera,

slechtgezind 2.0

((vooral) in België)

geen goede zin hebbend of tonend; niet in een goede stemming verkerend; niet vrolijk gestemd; slechtgehumeurd

Algemene voorbeelden


Geen kat die het ziet en toch word ik slechtgezind omdat ik mijn werk niet goed gedaan heb.

Open gelijk een mond, Jeroen Olyslaegers,

Voor Maksim was ik zijn liefhebbende en onderdanige partner, die hij meestal 'kleintje' noemde als hij goedgezind was, en een enkele keer 'hoer' als hij slechtgezind was.

Zij kwamen uit het Oosten, Chris De Stoop,

Om de haverklap een bezoek aan een Pub waar Morse, nogal slechtgezind, tussen twee misdaden in, een van die grote Engelse pinten zonder schuim gaat drinken, terwijl de goede Lewis een frisdrankje neemt en onbegrijpend de wenkbrauwen fronst in zijn open jongensgezicht.

De Standaard,

Hij had verdorie nog gelijk ook. Maar op die manier maakte hij me nog slechtgezinder, en ik liep al zo boos rond.

De Standaard,

Iemand vroeg mij of ik slechtgezind was. waarop ik antwoordde, dat ik van een begrafenis kwam!

De verdwazing, Andreas Roels,

De patron ziet er echt niet slechtgezind uit, maar wat hij in zijn schild voert kan Guignard onmogelijk raden.

De verdwazing, Andreas Roels,

'Swami, je maakt me nieuwsgierig. En meestal word ik daar slechtgezind van.'

Open gelijk een mond, Jeroen Olyslaegers,

Woordfamilie


Als deel van een afleiding


  • slechtgezindheid